Wat doe je tegen een sterkere tegenstander

Elke schaker kent het gevoel wel na een blik op de indeling van een schaaktoernooi. ‘Oh, mijn tegenstander heeft een veel hoge rating. Dat wordt een moeilijke partij.’ Wat doet dit psychologisch met je en presteer je beter wanneer je niet weet wie je tegenstander is. Dat vindt Hicham Boulahfa een interessante vraag. Daar hield hij zaterdag Het Experiment. Deelnemers speelden twee snelschaaktoernooien. Bij de een wist je wie je tegenstander was en bij de ander niet. Boulahfa is een goede schaker en student gedragseconomie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Je kan veel meer uit deze proef halen’, vertelde hij mij. ‘In het bedrijfsleven onderhandelen grote en kleine bedrijven ook met elkaar. Welke invloed heeft het wanneer je weet dat jij de kleinere partij bent?’

Op deze vraag gaat Boulahfa een antwoord zoeken nu hij de gegevens van alle partijen heeft die we bij de Universiteit van Amsterdam op een computer hebben gespeeld.

Vooraf is iedereen benieuwd wat hen te wachten staat.

Ik ben heel benieuwd wat de resultaten zijn. Snelschaaktoernooien, waarbij in principe niks op het spel staat moet je altijd met een korreltje zout nemen en hier en daar zat er ook wel een foutje in het experiment.  Zo heb ik tijdens de laatste partij gespiekt, maar daarover later meer. Toch kan dit experiment een wezenlijke bijdrage leveren in de zoektocht naar het antwoord op de vraag die Boulahfa opwerpt.

Zelf heb ik de indruk dat ik mij niet laat intimideren door de speelsterkte van mijn tegenstander. Zo was ik op de club weleens een van de twee spelers die dat seizoen remise speelde tegen de clubkampioen. Zaterdag kreeg ik een goede kans om de theorie van mij te testen. Er hadden zich vooral sterke schaker gemeld, waardoor ik in de onderste regio van de plaatsingslijst bivakkeerde. De uitkomst: Ik heb gelijk met mijn eigen theorie. Ik laat me niet zo erg intimideren door het vooruitzicht om tegen sterkere tegenstanders te spelen. Ik speelde twee keer een erg goed toernooi. Het toernooi waarbij ik wist wie mijn tegenstander was, was net een stukje beter. Hier eindigde ik met vijf winstpartijen uit tien wedstrijden heel keurig in de middenmoot. Dat ik van de nummer 3 van Nederland verloor is geen wonder. Daar was het kwaliteitsverschil toch echt te hoog.

Mijn slotstelling tegen Benjamin Bok. Het was best wel een aardige partij. Benjamin loopt toevallig door het beeld.

Het onderzoek richt zich vooral om de vraag hoe iemand presteert wanneer hij of zij weet dat de andere partij sterker of groter is. De vraag hoe dat andersom is, is natuurlijk net zo interessant. Mijn vrouw Mila deed ook mee. Zij was met afstand de zwakste speler. Hoe gaan spelers hier mee om. Mila speelde als een tijger. In beide toernooien wist ze een partij te winnen en maakte ze het haar tegenstander vaak erg lastig.

Mila en ik hebben een leuke dag gehad in Amsterdam.

We speelden ook twee keer tegen elkaar. Tijdens de eerste partij van de dag en tijdens de laatste ronde. Tijdens die laatste ronde had ik niet moeten weten tegen wie ik speelde, maar toen ik halverwege het toernooi bij Mila ging kijken zag ik dat zij met nummer 402 speelde. Toen ik in de laatste ronde tegen nummer 402 moest wist ik dus dat dat Mila was, maar Mila wist niet dat ik haar tegenstander was. Ik won die partij en vroeg meteen na afloop wat ze van de partij vond. Ze mopperde dat haar tegenstander erg sterk was en goed speelde. Mijn ego was weer gestreeld.